(Bron: Perswijn.nl))

Kelder van Schloss Johannisberg De proeverij, georganiseerd door de VDP, werd zondag 22 augustus gehouden in het statige Schloss Reinhartshausen in Erbach in de Rheingau. Er kwamen 19 relatief droog gevinifieerde Rieslings uit de Rheingau op tafel, die moesten bewijzen dat niet alleen zoete, maar ook drogere Rieslings de tand des tijds uitstekend kunnen doorstaan. En dat deden ze behoorlijk overtuigend.

Rijpingspotentieel

Ten opzichte van edelzoete Rieslings hebben droge Rieslings minder rijpingspotentieel. Ze zijn minder geconcentreerd, vooral wat betreft het suikergehalte. Suiker verhult oxidatieve (scherpe, bittere en drogende) smaakjes, zodat een wijn langer soepel blijft. Ook hebben zoete Rieslings een lager alcoholgehalte, waardoor de negatieve gevolgen van zuurstof op alcohol minder waarneembaar zijn; er worden per saldo bijvoorbeeld minder acetaldehyden gevormd, die de geur en de smaak uiteindelijk negatief beïnvloeden.
Dat wetende was de nieuwsgierigheid groot toen de eerste wijnen werden ingeschonken. De proefvolgorde was van oud naar jong en de organisatie had besloten direct een eeuw terug in de tijd te gaan met de Eltviller Taubenberg Riesling Cabinet 1909, van de Hessische Staatsweingüter.

De wijn was in 1985 herkurkt waarbij wat SO2 was toegevoegd. Wat direct opviel, was de zeer frisse, bleekgele kleur van de wijn, haast onvoorstelbaar voor een wijn van die leeftijd. Ook de geur en de smaak waren  heel fris en levendig, met wel duidelijke ouderdomstonen -door Duitsers altijd zo mooi benoemd als Firne-, maar nauwelijks scherpe geuren en smaken van echte geoxideerdheid. Uiteraard smaakte de wijn volstrekt droog, niet alleen door oxidatie, maar ook door caramelisatie van de suikers en ook was de wijn wat kort. Al met al eigenlijk opmerkelijk goed en ook nog drinkbaar.

Hoogtepunten
Een van de hoogtepunten was de tweede wijn, de Hattenheimer Riesling 1921 van diezelfde Hessische Staatsweingüter. Ondanks een duidelijke kurkgeur liet de wijn zien hoe groot het jaar 1921 is voor Duitse Riesling. Dat was al eens een paar keer eerder gebleken door middel van enkele edelzoete wijnen die ik uit dat jaar heb mogen proeven, maar ook deze relatief droog gevinifieerde wijn toonde dat aan.

Via 1935 kwamen we aan bij een ander legendarische jaar voor Duitse Riesling: 1976. De gepresenteerde wijn uit dat jaar, Schloss Johannisberger Grünlack Riesling Spätlese trocken 1976 van Schloss Johannisberg is een hele fraaie, zeer complex, mooi gerijpt, nauwelijks drogend, mooi fris en met een grote lengte. Een ware belevenis, en des te opmerkelijker als je weet dat Johannisberg zich in die tijd nauwelijks serieus bezig hield met het vinifiëren van droge wijnen.

Het volgende highlight was een wijn van Gunter Künstler uit Hochheim: zijn formidabele 1989 Hochheimer Kirchenstück Riesling Auslese trocken. Dit moet een van de eerste 'moderne' grote droge Rieslings van onze tijd zijn, van zeer laat geoogste, vermoedelijk deels door botrytis aangetastte druiven.

Naar verluid is de 1990 nóg mooier, dus die staat vanaf nu op mijn verlanglijst.Van 1992 tot en met 2007 waren vervolgens alle jaren vertegenwoordigd en de conclusie was simpel: grote jaren en topproducenten verloochenen zich nooit. Dus waren zeer mooie wijnen die van Wilhelm Weil uit 1992 en uit 2002 (vooral Kiedrich Gräfenberg Erstes Gewächs 2002 toonde zich wonderschoon), de 1993 Hallgarten Schönhell Erstes Gewächs van Hans Lang (geen befaamde producent, maar een wijn uit een prachtjaar), Erbach Marcobrunn Erstes Gewächs 1996 van Schönborn (dat toen nog in vorm was?) en de krachtige Oestrich Lenchen 'Rosengarten' 2005 van Spreitzer (zeer karakteristiek voor 2005, toch een groot jaar, maar met wijnen die zich vrij snel ontwikkelen).

Geschiedenisboek
Al met al was het een interessante proeverij en een voorrecht om op deze wijze een goed idee te krijgen van honderd jaar droge Rheingauer Riesling. Vaak hebben we het over de terroirexpressie van Riesling, vooral in relatie tot de basisbodem van de wijngaard, maar Riesling is ook zeer representatief voor zijn jaargang. Zo'n proeverij 'leest' als een geschiedenisboek van Duitse Riesling, voor mensen die de karakteristieken van al die oudere jaren ook goed kennen.

Droge witte wijnen mogen dan niet het rijpingspotentieel hebben van (edel)zoete witte wijnen, maar tegelijkertijd zat er tijdens deze proeverij eigenlijk geen enkele wijn bij die zo geoxideerd was dat het geen genot meer was om hem te proeven. En in bijna alle gevallen zelfs om nog te drinken. Het zogenaamde drinking window van deze wijnen hangt uiteraard af van het jaar en van de producent, maar het werd nogmaals duidelijk dat in het algemeen Erste Gewächse zonder problemen twintig jaar mee gaan. En dat de beste honderd jaar fris blijven, bewijst dat ook droge Duitse Riesling geweldig fraai oud kan worden.